Intervisie, gebeurt in een intervisiegroep, is een vorm van deskundigheidsbevordering
waarbij medewerkers een beroep doen op collega's om mee te denken over persoons-
en functie gebonden vraagstukken en knelpunten uit de eigen werksituatie. Dit meedenken gebeurt niet door het aandragen van
oplossingen, maar door het stellen van vragen om zo met behulp van eigen
analytisch en probleemoplossend vermogen zicht te krijgen op het ingebrachte
probleem en hoe hierin te handelen. De leden van de groep komen op vrijwillige en gelijkwaardige basis regelmatig samen. Soms worden ze begeleid door een trainer. Wanneer is deelname aan een intervisiegroep iets voor jou? Als je graag meer wilt leren over je vak en de manier waarop je dit uitvoert. Ook als je graag iets bijdraagt aan de ontwikkeling van collega's. Als je leiding geeft leidinggevenden hebben per definitie minder gelijkwaardigen om zich heen om te praten over hun persoonlijke dilemma. Mensen met een gelijkwaardige functie uit verschillende vakgebieden kunnen uitstekend samen een intervisiegroep vormen. Door het vormen van een intervisiegroep buiten de organisatie waar je werkt bestaat er minder kans op invloed door ondergrondse organisatiestromingen. Binnen een organisatie of binnen een beroepsgroep? Sommige intervisiegroepen worden opgericht binnen een organisatie. Vanuit het standpunt van het management kan intervisie een alternatief zijn voor training. In dat geval is het belangrijk dat er duidelijke afspraken gemaakt worden over de tijd en faciliteiten die de organisatie beschikbaar stelt aan de intervisiegroep. Over vertrouwelijkheid moeten afspraken gemaakt worden. De rol van de trainer is in dit geval meer controlerend en bewakend. Andere intervisiegroepen overstijgen het niveau van de organisatie. Leden zitten in dezelfde beroepsgroep, maar werken niet bij hetzelfde bedrijf. De ideale intervisiegroep Een intervisiegroep heeft een grote kans van slagen als de
deelnemers dezelfde verwachtingen hebben over wat ze willen bereiken met de
groep. Laat elk lid uitspreken wat zijn verwachtingen van de intervisiegroep
zijn. Gelijkwaardigheid van gezag, vaardigheden en inzet. Er zijn geen gezagsverhoudingen binnen de groep, er zijn geen leidinggevenden van deelnemers die aanwezig zijn. Ook zijn deelnemers van ongeveer hetzelfde kennis- of ervaringsniveau. Als er deelnemers meedoen die beginners zijn op hun vakgebied, is de kans groot dat zij veel minder kunnen bijdragen dan ervaren deelnemers. Als de verhoudingen scheef liggen, kan dit op de lange duur frustrerend zijn voor de overige deelnemers. Vertrouwelijkheid: wat er binnen de intervisiegroep besproken wordt, blijft onder elkaar. De vertrouwelijkheid van een intervisiegroep schept als het goed is een klimaat waarin iedereen kan zeggen wat hij denkt. Dit geldt ook voor zaken die over het functioneren van de intervisiegroep gaan. Als je bijvoorbeeld vindt dat je steeds te veel energie in anderen steekt en er te weinig voor terugkrijgt, moet je dit kunnen zeggen. Als begeleider bij intervisie ben ik alert op het groepsproces en voortgangsproces. Ik let op praktische zaken. Wie brengt een vraag in? Wie zorgt dat alle deelnemers ruim van tevoren weten wat de agendapunten zijn? Een intervisie groep bestaat uit vijf of zes deelnemers. Bij kleinere groepen bestaat het risico dat er, bij afmeldingen, te weinig deelnemers overblijven. Bij grotere groepen is er weinig gelegenheid voor elke deelnemer afzonderlijk om zijn persoonlijke kwesties in te brengen. De intervisiegroep komt ongeveer eens per acht weken bij elkaar. Persoonlijke ontwikkeling is een proces dat tijd nodig heeft. Het duurt vaak even voordat je dingen die je geleerd hebt kunt verwerken en toepassen. Voorbereiding op de komende bijeenkomst heeft tijd nodig. Een periode van langer dan acht weken is niet wenselijk. Als groepsleden elkaar minder dan vijf keer per jaar zien verzwakt de cohesie. Groepsleden zijn gedisciplineerd. Leden zeggen alleen af voor bijeenkomsten als ze ziek zijn of met een heel belangrijke redenen. Welk soort vragen komt aan de orde? De vragen die aan de orde komen variëren. Het kan gaan over praktische zaken. Er kunnen vragen naar voren komen over contacten met leidinggevenden, collega’s, zakelijke contacten, patiënten enzovoort. Hoe ga ik hiermee om? Welke vragen zijn minder geschikt? Sommige vragen zijn niet oplosbaar omdat ze boven de macht van de vragensteller gaan, zoals problemen met de organisatiestructuur. Daar valt weinig aan te veranderen. Een betere vraag is dan, hoe om te gaan met dit gegeven. |